Hoe organiseren?
De Centra voor Basiseducatie bieden aan de lokale besturen hun educatieve programma’s aan tegen een gezamenlijk bepaalde kostprijs van 95 euro per cursusuur. (2009)
De praktijk toont dat hier en daar Centra voor Basiseducatie op een bijzondere manier en onder bepaalde voorwaarden en afspraken samenwerken met een lokaal bestuur. Deze specifieke situaties doen evenwel geen afbreuk aan de algemene opstelling – die door VVSG wordt ondersteund – dat geïntegreerde opleidingen voor openbare besturen op contractuele basis worden uitgevoerd
Het draaiboek met stappenplan
Zowel de concrete samenwerking tussen een lokaal bestuur en een Centrum voor Basiseducatie als de uitbouw van de geïntegreerde opleidingen hebben baat bij een draaiboek.
Bij het schrijven ervan konden we putten uit de rijke praktijkervaring van verschillende Centra voor Basiseducatie in het samenwerken met partnerorganisaties, waaronder zeker ook heel wat lokale besturen en OCMW’s.
Een stappenplan en concrete tips kunnen een beginnende samenwerking meteen op een goed spoor zetten.
STAP 1: Introductie van het centrum voor basiseducatie bij het lokaal bestuur
De initiatiefnemer kan zowel het Centrum voor Basiseducatie als het lokaal bestuur zijn. Afhankelijk van de lokale context gaat het over de secretaris, het hoofd van de personeelsdienst, de vormingsverantwoordelijke of de leidinggevende van een bepaalde dienst.
Belangrijke topics voor dit eerste gesprek zijn:
- de betekenis van vorming en de kansen op leren voor werkernemers op niveau E en D en hoe het lokaal bestuur daaraan werkt
- geletterdheid op de werkvloer
- concrete informatie over het aanbod van de Centra voor Basiseducatie
- verkennen van een mogelijke samenwerking
- concrete afspraken
In Stap 1 kunnen drie fasen worden onderscheiden.
1.1. Informatie-uitwisseling
Het Centrum voor Basiseducatie stelt z’n aanbod en mogelijkheden tot samenwerken voor:
- inhoudelijk: bouwstenen, mogelijke ondersteuning met het accent op geletterdheid t.a.v. technische opleidingen, concrete manier van werken met cursisten, …
- organisatorisch – financieel: contractactiviteiten, open aanbod, ter plaatse werken, …
Inhoudelijke voorstellen zijn indicatief, ze illustreren wat basiseducatie kan betekenen. Bij verdere samenwerking worden de accenten gezamenlijk bepaald, door bv. bouwstenen te combineren. Zo kan een programma op maat ontstaan.
Het lokaal bestuur informeert op zijn beurt over de diensten met personeel op niveau E en D: over welke diensten gaat het, hoeveel personeelsleden op niveau E en D zijn er, hoe zijn het werk en de vorming georganiseerd, wat zijn de –meest – gestelde vormingsvragen, …
Concreet formuleren ze een antwoord op volgende vragen:
- Welke vragen of behoeften/noden op vlak van vorming worden bij de werknemers vastgesteld en hoe gebeurt dat?
- Wat leeft in de dienst(en): vaststellingen/ gesignaleerde noden /nieuwe uitdagingen…
1.2. Verkenning
De mogelijkheden om samen te werken worden inhoudelijk en organisatorisch verkend:
- welk aanbod van CBE zou nuttig zijn – op korte of langere termijn?
- welke zijn de voorwaarden en marges voor de uitbouw van een aanbod bij het Centrum voor Basiseducatie en bij het openbaar bestuur?
1.3. Eerste afspraken
In deze fase scheppen beide partners duidelijkheid over de concrete procedure en aanpak als er samengewerkt zou worden, zowel voor de inhoudelijke ontwikkeling als de organisatie:
- Wie moet gecontacteerd worden? Wie volgt dit op? Contactpersonen en gegevens moeten duidelijk worden.
- Hoe wordt de opleiding concreet geprogrammeerd en hoeveel tijd is er nodig vooraleer een cursus van start kan gaan?
- Welke stappen moeten gezet worden bij de voorbereiding? Wie is erbij betrokken?
- Hoe wordt een programma “op maat” ontwikkeld, e.d..
Ondersteunend materiaal voor deze fase:
- functieprofielen en competentieprofielen: bieden inzicht in de job van werknemers op niveau E en D en de benodigde geletterdheidsvaardigheden
- de 10 clusters van competenties die als basis dienen voor de opmaak van bouwstenen
- de brochure “De G-factor in uw bedrijf of organisatie” van het Ministerie van Onderwijs en Vorming over geletterdheid op de werkvloer – raadpleeg www.vlaanderen.be/geletterdheid, doorklikken op G-factor en kiezen voor “algemeen”
- voorstelling basiseducatie: bouwstenen voor maatwerk
Stap 2: Een concrete samenwerking opzetten
De vormingsverantwoordelijke van het lokaal bestuur overweegt of het aanbod van het Centrum voor Basiseducatie een antwoord biedt op de vormingsnoden en -vragen.
Zeker in functie van de ondersteuning van werknemers bij een technische opleiding moet met de leidinggevende(n) gepraat worden over geletterdheidsproblemen op de werkvloer en in functie van de nieuwe opleiding.
Het lokaal bestuur kan dit ook steeds aftoetsen bij de contactpersoon van het Centrum voor Basiseducatie.
2.1. Op zoek naar een gepast antwoord op een concrete vraag
Als start van de concrete ontwikkeling van het educatieve aanbod wordt een vergadering belegd. De vormingsvraag moet immers inhoudelijk goed verkend worden om een gepaste cursus te ontwikkelen t.a.v. de noden op de werkvloer of om te bepalen welke ondersteuning basiseducatie precies moet bieden bij een technische opleiding.
Concreet gaat het over de taken en de benodigde competenties die in dit verband verder ontwikkeld moeten worden. Een functieprofiel/competentieprofiel kan hier duidelijk zijn nut bewijzen! Ook doordenken over de benodigde competenties voor de job en de verwachte geletterdheid is belangrijk.
De interpretatie van de vaststellingen en verwachtingen moet uitgeklaard worden.
Dit resulteert in een programma op maat: van korte of lange duur, samengesteld uit één of diverse bouwstenen of geïntegreerd aangeboden bij een technische opleiding. Eventueel wordt dit aanbod meteen in perspectief gezet voor verdere vormingsreeksen.
2.2. Concrete afspraken
Tijdens het overleg moeten een aantal afspraken gemaakt worden, opdat de opleiding zo optimaal mogelijk zou kunnen verlopen. Afspraken over o.a.:
- de kandidaat-cursisten: hoe wordt de groep samengesteld, wie neemt deel, uit welke diensten en gemeenten? (mogelijks wordt een groep gerekruteerd uit verschillende diensten, zelfs uit verschillende gemeenten)
- de werkwijze en de timing voor het opzetten van de cursus,
- de concrete voorbereiding: met wie moet overlegd worden, hoe wordt de cursus afgestemd op de werkvloer, wat is het verband met een eventuele technische opleiding, …
- praktisch-organisatorische aspecten: moment, groepsgrootte, plaats, benodigde materialen en apparatuur, …
- pedagogisch comfort: lokaal, materiaal, hoe kunnen de educatieve medewerker en de vormingsverantwoordelijke tijdens de opleiding permanent communiceren, …
- de aanwezigheid van de ploegverantwoordelijke in de cursus (heeft voor- en nadelen)
- het gebruik van authentiek materiaal van de werkvloer en de eigen organisatie: welk materiaal, hoe wordt het aangeleverd, …
- overlegtijd vastleggen: voor voorbereiding vooraf en tussentijds, voor tussentijdse evaluatie, voor eindevaluatie
- administratieve regelingen: de financiële vergoeding, …
Daarnaast is het belangrijk te bespreken wat de houding van de leidinggevenden is ten aanzien van de cursus. Hoe gaat men bijvoorbeeld om met de afwezigheid van cursisten?
De gesprekspartners bij deze stap zijn:
- voor het Centrum voor Basiseducatie: de opleidingsverantwoordelijke of stafmedewerker en de educatieve medewerker die het aanbod zal uitwerken
- voor openbaar bestuur: de personeels- of vormingsverantwoordelijke, de leidinggevende van de betrokken dienst, …
Nuttige tips:
- De samenwerkingsafspraken en de financiële afspraken worden in een contract opgenomen.
- Dit soort gesprek wordt best bij elk vormingsinitiatief opnieuw gevoerd. Zo kan rekening gehouden worden met de concrete vragen, de - eventueel gewijzigde - context, betrokken werknemers, …
- Het gesprek moet grondig gevoerd worden, zodat eventueel ook onrealistische verwachtingen kunnen worden doorgepraat. Van een cursus communicatie bv. kan niet verwacht worden dat hij scheefgetrokken relaties remedieert.
- Het Centrum voor basiseducatie zorgt voor de best geplaatste begeleider voor de uitwerking van het programma.
Ondersteunend materiaal voor deze fase:
- ontwerp van samenwerkingsovereenkomst (zie www.vocvo.be rubriek Plan Geletterdheid, Samenwerking BE en VVSG)
Stap 3: Concrete voorbereiding van de cursus basiseducatie
Nu zowel de inhoudelijke als de praktische afspraken vastliggen, kan de voorbereiding van de cursus starten. Het is logisch dat hier vooral een taak is weggelegd voor het Centrum voor Basiseducatie. Maar ook binnen het lokaal bestuur moet nog één en ander op punt gezet worden.
3.1. Voor het CBE: vooronderzoek i.f.v. een cursus op maat van de werkvloer
Voor een cursus op maat worden leerdoelen geselecteerd, belangrijk is daarbij de leervragen van kandidaat-cursisten te detecteren.
De educatieve medewerker van het Centrum voor Basiseducatie kan daartoe:
- op de werkvloer meedraaien - vb. een halve dag – en daarbij kennismaken, observeren, in gesprek gaan en de plaats van de geplande vorming duiden,…
- een individueel gesprek voeren met elke deelnemer (om expliciet aan geletterdheid te werken, is een vorm van screening noodzakelijk)
- praten met de verantwoordelijke van de ploeg.
De educatieve medewerker van het Centrum voor Basiseducatie maakt kennis met de cultuur van de dienst. Als hij/zij actief meedraait, voelen mensen de interesse in hun werk. Er kan ook over de toekomstige vorming gesproken worden.
Deze concrete kennismaking met cursisten en hun werk is essentieel. Gevoeligheden en weerstanden t.a.v. de vorming moeten ook echt beluisterd worden. Indien structurele “problemen” op de dienst gesignaleerd worden, kunnen die in een objectieve terugmelding worden doorgegeven. Men mag evenwel geen screening van het bedrijf verwachten door de medewerker van basiseducatie.
Als de cursus van het Centrum voor Basiseducatie een versterking van de geletterdheidsvaardigheden van cursisten beoogt en wordt ingezet bij een technische opleiding moeten de beide begeleiders goede afspraken maken en afstemmen. Dit impliceert dat er overleg is voor uitwisseling, afstemming en vormgeven van het educatief programma, …
Het streefdoel is gedeelde verantwoordelijkheid over de tijdsinvestering, duidelijke taken en rollen. Basiseducatie en de externe of interne opleidingspartner maken “gebruik” van elkaars expertise i.f.v. hun werk met de cursisten.
3.2. Voor het lokaal bestuur: concrete voorbereiding
Het lokaal bestuur duidt één of meerdere verantwoordelijken aan voor alles wat met de concrete organisatie ter plaatse te maken heeft. Het gaat zowel over informatie m.b.t. het vormingsaanbod aan leidinggevenden, als over het informeren, doorverwijzen en opvolgen van cursisten.
Ook moeten concrete werkafspraken gemaakt worden met de ploegbazen of direct leidinggevenden. Het komt erop neer de concrete interne voorbereiding te faciliteren.
Nutige tips:
- Als het gaat over trajecten waar geletterdheid een centrale rol speelt, moet men het eens worden over de screening van cursisten. Dat heeft gevolgen voor de samenstelling van de groep en het programma. Als dat nodig zou blijken, moeten eerder gemaakte plannen worden bijgesteld. In deze fase ontstaat een écht programma op maat.
- Basiseducatie moet duidelijk zijn over het vereiste instapniveau van anderstalige cursisten. Eventueel moet voor kandidaten een andere oplossing gezocht worden, bv. een traject NT2.
- Het lokaal bestuur moet een transparant beleid voeren over welke opleiding in werktijd gevolgd wordt en welke niet.
- Duidelijke afspraken van de leidinggevende naar personeel zijn belangrijk m.b.t. de vorming - vb. afspraken rond aanwezigheid in de cursus, …
Ondersteunend materiaal voor deze fase:
- een model van uitnodiging voor cursus basiseducatie (zie www.vocvo.be rubriek Plan Geletterdheid, Samenwerking BE en VVSG)
Stap 4: Uitvoering van het cursusprogramma
De begeleider basiseducatie werkt de cursus “op maat” uit, gebruik makend van de informatie uit de voorbereidende fase. Extra zorg gaat naar de didactiek en de benadering van deelnemers die geletterdheidsproblemen ondervinden.
De cursus helpt een cursist eventuele lacunes op vlak van geletterdheid te hanteren of te overwinnen op het werk of tijdens de technische opleiding.
Als wordt vastgesteld dat een cursist méér te leren heeft op vlak van geletterdheid dan in deze cursus kan worden aangepakt, wordt hij/zij op gepaste wijze geïnformeerd over het bestaan van het basiseducatie-aanbod in het Centrum voor Basiseducatie en doorverwezen.
Dit wordt ook gesignaleerd aan het lokaal bestuur.
Nuttige tips:
- Het is goed om elke bijeenkomst met de deelnemers te evalueren: ervaart iedereen het als zinvol, liggen de accenten goed, is bijsturing nodig of zijn er nog andere vragen?
- Een eindevaluatie van de hele cursus met alle cursisten toont meteen wat het effect van de opleiding kan zijn op de concrete werking van een dienst. Diverse aspecten kunnen met de cursisten besproken worden.
Evaluatie van/door individuele cursisten wordt niet doorgegeven.
Aan het einde van de cursus ontvangen deelnemers een attest en krijgen ze ook informatie over het basisaanbod van basiseducatie. Goede leerervaringen kunnen immers ook resulteren in enthousiasme en initiatief voor méér en verder leren.
- Met het oog op een goede samenwerking moeten partners elkaar alert en attent op de hoogte houden over aanwezigheid cursisten, praktische regelingen of verschuivingen, e.d.
- Een goede verslaggeving van overleg is belangrijk, zo is voor iedereen steeds duidelijk wat concreet is afgesproken, welke timing men hanteert,..
Stap 5: Evaluatie
De samenwerkingspartners evalueren de effecten en de uitwerking van de cursus en de samenwerking
Op het einde van het opleidingstraject wordt geëvalueerd door de verantwoordelijken van het lokaal bestuur (de secretaris, het hoofd van de personeelsdienst, de vormingsverantwoordelijke, de leidinggevende van een bepaalde dienst) samen met de verantwoordelijken van het Centrum voor Basiseducatie (zowel de opleidingsverantwoordelijke of stafmedewerker als de educatieve medewerker die het aanbod heeft uitgewerkt).
5.1. Evaluatie
De gezamenlijke evaluatie betreft o.a.
- de voortgang van de cursisten
- de samenwerking in al z’n aspecten – in opvolging van de gemaakte afspraken
- aandachtspunten en “afspraken” voor een eventuele volgende samenwerking.
Op basis van deze evaluatie kan het bestuur beslissen om het opleidingstraject al dan niet te verlengen.
Er moet ook beslist worden welke deelnemers eventueel ingaan op het open aanbod van het Centrum voor Basiseducatie en onder welke modaliteiten dit kan gebeuren.
Uit het gesprek met een cursiste die een cursus “Sterk op het werk” volgde van het Centrum voor Basiseducatie Halle-Vilvoorde (Open School):
“Het was een toffe cursus en ik heb er wel iets bijgeleerd, zoals nieuwe collega’s leren kennen, weten hoe de gemeente in mekaar zit, het verdelen van de functies en de lokalen, hoe een loonfiche in elkaar zit, mijn rechten en verplichtingen …
… We brachten ook in Vilvoorde een bezoek aan de Brandweer, dat was interessant en de moeite waard.
Ik ben nooit één les tegen de goesting geweest. Dit hebben we allemaal te danken aan de toffe lesgeefster Greet. Ze was steeds goed gezind, legde het goed uit en had ook een luisterend oor, soms voor dingen die niet met de cursus te zien hadden.
En door Greet heb ik dan ook Open School leren kennen. In een van de lessen had ze ons uitgelegd wat we nog allemaal konden bijleren. Zo ben ik dan terechtgekomen in Open school om er een cursus “Computer voor beginnelingen” te volgen…
… Ik heb de stap gezet naar Open School en heb er nog geen minuut spijt van gehad.”
